In het land der Inka’s

Op de grens van Bolivia en Peru ligt op de hoogte van 3800 meter het Titikakameer. Een kilometer of acht uit de kust ligt een groep kunstmatige eilanden: de Uros-eilanden. Deze eilanden werden enkele eeuwen geleden aangelegd door een familiegroep, die zich tussen de ruziënde buren op het vasteland niet meer op zijn gemak voelde. Van riet en veen werden drijvende eilanden gemaakt, opgehoogd met lagen riet. Het drijvende eiland deint mee als je er overheen loopt, net zoals bij de kraggen rond Belt-Schutssloot en Giethoorn. De Uros-eilanden werden verankerd aan de bodem van het meer om te voorkomen dat ze bij een storm zouden afdrijven naar Bolivia.

Nadat, door overbevissing, de visvangst niet voldoende opleverde om van te leven, is toerisme nu de enige vorm van inkomsten voor de bewoners. Het wemelt van de souvenirkraampjes. De bewoners lopen rond in klederdracht en het is zelfs mogelijk jezelf in plaatselijke dracht te laten fotograferen. Dat riep bij ons de gedachte op aan Volendam. En – verdraaid – op hetzelfde moment zagen we een medetoerist met een petje, waarop stond ‘I love Volendam’. Bij navraag bleek het een Spanjaard te zijn, die vorig jaar Nederland had bezocht.

DSC_4799 - kopie
Een bewoonster van Uros
SAMSUNG
Op een drijvend eiland

Aan de oever van het meer ligt het stadje Puno. De hoge ligging van de plaats – en de ademnood die dat met zich meebracht – noopte ons ertoe rustig aan te doen. Een ochtend op een bankje in de zon op het Plaza Mayor (het Grote Plein) biedt de nodige rust en toch zie je het hele plaatselijke leven voorbijtrekken. Bij de kathedraal wordt een bruid in vol ornaat afgeleverd en naar binnen geleid. Ongeveer een uur later wordt een glanzende lijkkist aangevoerd, die door een groep mannen de trap naar de kathedraal wordt opgedragen.

DSC_4839
Een processie

In de tussentijd loopt een kleine groep mensen – onder muzikale begeleiding – in processie rond het plein. De groep draagt een heilige op een paard met zich mee. Een half uur later loopt een andere groep dezelfde route, nu met een – voor ons onbekende – heilige in een glazen kastje. Intussen wordt druk geoefend voor de parades en festiviteiten in het kader van de nationale onafhankelijkheidsdag. Militairen staan in de zon, min of meer in de houding; vlaggen worden gehesen, toespraken worden gehouden en het volkslied wordt gezongen. Een oudere heer maakt ons door middel van gebaren duidelijk dat het de bedoeling is dat we gaan staan. Zelf geeft hij plechtig, met de hand op het hart, het goede voorbeeld.

Puno is de hoogste stad waar we ooit geweest zijn. Voor ons, die gewoonlijk onder de zeespiegel wonen, is 3830 meter best wel hoog. We werden van tevoren gewaarschuwd voor de eventuele gevolgen van de hoogteziekte: flauwvallen, in elkaar zakken, ademnood. Het was vooral zaak om het hoogteverschil in etappes te overbruggen. Daarom kozen we voor een omweg via de oude koloniale stad Arequipa. De reis vanaf Lima verliep zonder noemenswaardige problemen, behalve dat we bij het inchecken – ’s morgens on 8.00 uur – te horen kregen, dat men ons geboekt had voor een niet bestaande vlucht. Na een dag op het vliegveld konden we om 18.00 uur gelukkig toch nog mee.

DSC_4660 - kopie (2)
De vulkaan Misty met op de voorgrond de alpacas

Een kort verblijf in Arequipa, dat op een hoogte ligt van 2350 meter, biedt ons gelegenheid om wat aan de hoogte te wennen. Het eerste wat ons opvalt, is dat de zon schijnt. In Lima hebben we de afgelopen twee maanden de zon nauwelijks gezien. Door de relatieve luchtvochtigheid (tot 100%) hangt er in de wintermaanden vrijwel altijd een dichte mist boven de stad. Maar in Arequipa schijnt de zon. We koesteren ons in het zonlicht en verkennen de stad. Eén van de opvallendste historische gebouwen is het klooster van Santa Catalina, gesticht in 1580. Het is zo groot dat het een stad op zich is. Op dit moment wonen er nog steeds ongeveer dertig nonnen. In het klooster bevinden zich ook appartementen, waar alleenstaande weduwen zich kunnen inkopen, om er samen met hun huispersoneel van een rustige oude dag te genieten. Wij bezoeken verder nog het arme meisje Juanita. Het twaalfjarige meisje werd rond 1450 aan de goden geofferd. In 1995 werd het ‘ijsmeisje’ ontdekt op een besneeuwde bergtop Nevado Ampato, gevangen in het ijs. Nu brengt ze haar dagen door in een doorzichtige diepvrieskist en ziet zij vele toeristen aan zich voorbijtrekken.

SAMSUNG
Het hoogste punt van de reis met op de achtergrond de berg waar Juanita werd gevonden
SAMSUNG
Een marktkraam onderweg

De volgende morgen gaan we met de bus naar Chivay. De weg brengt ons geleidelijk naar de hogerliggende gebieden. Hier zijn de siërra’s te vinden, de vruchtbare, altijd vochtige velden van Peru, waar groente en fruit wordt verbouwd. Onderweg komen we van alles te weten over de vier soorten kameloïden (kameelachtigen) die hier leven. De llama, die vooral geschikt is als transportmiddel en als leverancier van wol in 32 verschillende tinten en die daarbij ook heel ver kan spugen. De kleinere alpaca, die behalve superieure kwaliteit wol levert, ook nog lekker is om op te eten. De vicuña, die heel bijzondere, zeer gewilde wol levert (voor een sjaal betaalt men al gauw €1200). De vicuña leeft in het wild en laat zich niet gemakkelijk vangen. De overheid heeft bepaald dat de dieren eens in de vier jaar mogen worden gevangen en geschoren, waarna ze weer moeten worden vrijgelaten. Ze leveren dan per stuk 2 kilo van de allerfijnste wol op. Van de guanaco hebben we geen glimp op gevangen. Dit is een kleine bedreigde kameelachtige, die alleen in reservaten voorkomt.

Onderweg komen we langs het hoogste punt van deze reis, de Paso de Patopampa. Op 4910 meter laten we de top van de Mont Blanc en het hoogste punt van Noord-Amerika net even onder ons. We hebben een prachtig uitzicht op de witbesneeuwde bergen. In de verte zien we de actieve vulkaan, die aan een stuk rookwolkjes uitstoot. Daarnaast de bergtop waar Juanita werd gevonden. We zuigen de koele berglucht in en vervolgen, zonder dat we door de hoogte geveld worden, onze weg, nu weer naar beneden. In een prachtig in een vallei gelegen hotel genieten we van een heerlijk buffet, en – na een verkwikkend bad in de warmwaterbronnen – van een goede nachtrust.

De volgende ochtend is het tijd voor onze afspraak met de condors in de Colcakloof. De condor is een aaseter en familie van de aasgieren. Met een spanwijdte van 3,2 meter is de condor de grootste landvogel die we kennen. Zouden ze zich laten zien? Om acht uur zijn we op onze post en we hopen dat de vogels bereid zijn zich te laten zien. En ja, daar zweeft er een door de canyon. En nog een, en nog een. Tientallen vogels laten zich meevoeren op de thermiek, steeds hoger, tot ze vlak voor onze neuzen zweven. Een indrukwekkend gezicht, waar we geen genoeg van krijgen. Op een gegeven moment hebben de vogels er echter wel genoeg van en is het spektakel voorbij. El condor pasa – De condor gaat voorbij. Wij gaan ook verder – dat wil zeggen eerst weer een eind terug over de hoge bergpas waarlangs we gekomen zijn – op weg naar Puno, de plaats waar deze aflevering van de blog begon. Door de hoogte is het leven wat zwaar. We storten niet in, vallen niet flauw, maar de kleinste inspanning kost ons veel moeite. Om een indruk te geven: iemand die een week daarvoor nog met gemak elke dag zes trappen opliep naar de Spaanse les, hangt nu na vier traptreden amechtig over de leuning naar adem te happen. Dat wordt dus heel rustig aandoen deze dagen: een paar georganiseerde uitstapjes in de omgeving en verder veel tijd doorbrengen op de terrasjes.

DSC_4720 - kopie
El condor pasa

We zijn in Inka-land en vervolgen onze reis van Puno naar het centrum van het oude Inka-rijk: Cusco. Deze reis gaat over de hoogvlakte van de Andes, met aan weerszijden een hoge bergrug. Op deze hoogte kan men alleen aardappelen en quinoa verbouwen. Sinds quinoa door gezondheidsfreaks tot superfood is uitgeroepen, is er veel vraag naar dit product. De boeren verkopen de quinoa-zaden, die voor € 12,54 de kilo bij AH in de schappen liggen, voor ongeveer €2,50 de kilo. Dat levert hen geld op voor andere noodzakelijkheden. Het negatieve gevolg is dat de gezinnen zelf dit voedsel niet meer eten, maar in plaats daarvoor kiezen voor goedkoop, maar ook zeer eenzijdig, voedsel zoals pasta. Het gezonde voedsel wordt in het Westen duur betaald, terwijl op de hoogvlakte van de Andes gezinnen ondervoed raken door eenzijdig, goedkoop voedsel.

Eigenlijk wisten we tot nu toe niet zoveel over de Inka’s. In onze jeugd kwam het stripalbum Kuifje naar de Inka’s wel voorbij, maar dat gaf ook niet veel relevante informatie. Waar we ons hier in het Inka- land eigenlijk pas goed bewust van werden, is dat het Inka-rijk pas zo’n 600 jaar geleden tot bloei is gekomen en dat het maar ongeveer 150 jaar lang heeft bestaan. Vanuit Cusco heeft het Inka-rijk zich in de 15e eeuw zeer snel uitgebreid tot aan Chili en Ecuador, maar er was geen sprake van nationale eenheid. Toen de Spanjaarden aan het begin van de 16e eeuw kwamen konden ze het innerlijk verdeelde rijk snel onderwerpen. De vuurwapens en de besmettelijke ziektes die ze meebrachten hebben daarbij zeker ook een rol gespeeld.

DSC_5032
Een tafereel in Cusco

De stad Cusco ligt weer wat lager op 3326 meter, en dat is te merken. Het leven is er wat gemakkelijker. We zochten weer het Plaza Mayor op om de sfeer op te snuiven. Het centrale plein is een indrukwekkende omgeving. Hier zijn we duidelijk in het centrum van de macht. De grote kathedraal, die eigenlijk uit drie kerken bestaat, vertegenwoordigt de geestelijke overheid. De gebouwen van de provinciale en plaatselijke overheden tonen aan dat ook de wereldlijke macht aanwezig is. De afdeling van de nationale bank vertegenwoordigt de macht van het kapitaal en dan is er nog de indrukwekkende kloosterkerk van de Jezuïeten. Op het plein zelf komt van alles voorbij. Het feest van de onafhankelijkheid komt steeds dichterbij en vandaag mogen de scholen voor beroepsonderwijs zich presenteren. Studenten marcheren schoolsgewijs rond het plein, maar het gaat zo te zien niet van harte en zeker niet in de maat. Het lijkt ons voor verpleegkundigen in opleiding ook niet gemakkelijk om in net pak of op hoge hakken overtuigend te marcheren. Vrouwen in klederdracht, vergezeld van een lama of een alpaca, vragen of we, tegen een kleine vergoeding, met hen op de foto willen. Een oudere heer komt naast ons zitten en stelt zich voor als Leonidas. Hij maakt een praatje met ons – we kunnen het Spaans inmiddels redelijk volgen – en vertelt over zijn leven: hij is 79 jaar oud, heeft geen familie, geen inkomen, geen pensioen. Wat hij wel heeft is honger. We geven hem een bijdrage, zodat hij in ieder geval vandaag kan eten. Een jongetje komt voorbij; hij verkoopt sleutelhangers met lama’s eraan. We hebben geen sleutelhanger nodig, maar vragen naar zijn naam. Hij heet Jezus. Kun je hem dan met lege handen heenzenden? De naam Jezus is hier overigens heel gewoon. De naam komt ook in vrouwelijke vorm voor, het wordt dan Jesusa.

SAMSUNG
Jesus met de sleutelhangers

 

SAMSUNG
De winkel van mevrouw Jesusa

 

 

 

 

 

 

In de stad Cusco is het rijke Roomse leven nog volop aanwezig. Talloze kerken zijn er en we hebben er heel wat bekeken. Jezusbeelden in allerlei afmetingen en kleuren worden tentoongesteld. Een populair beeld in dit aardbevinggevoelig land is Jezus van de aardbevingen, die in tijden van trillingen wordt aanbeden. Het is bijna alles goud wat er blinkt. De een na de andere kerk heeft een wand achter het altaar, die van boven tot onder met goud is bedekt en versierd is met massief zilver uit de mijnen in deze streek. De Sint Pieterkerk in het nabijgelegen dorpje Andahuaylillas slaat alles. Het kerkje staat bekend als de Sixtijnse kapel van Zuid-Amerika en wat ons betreft kan deze kerk de vergelijking met de Sixtijnse kapel in Rome zeker doorstaan. Wat een creativiteit in goud en zilver is hier tot uiting gekomen. Het is geen wonder dat de Inka’s volledig overdonderd werden door het vertoon aan macht en rijkdom, waarmee de Spanjaarden kwamen. Zelf moesten we als protestanten ook wel even iets wegslikken toen we de preekstoel van de Sint Blasiuskerk in Cusco bekeken. Wat is hier vol vrome inzet een prachtig stuk houtsnijwerk gemaakt. Op de zijpanelen de afbeeldingen van de vier evangelisten, maar dan – onderaan de voet -, voorovergebogen de gebeeldhouwde afbeeldingen van de bekendste reformatoren, die de roomse prediker op hun schouders moeten torsen. Het was even wennen om Luther en Calvijn en anderen te zien als vijanden die door de katholieke kerk waren overwonnen en die nu door de duivels gedwongen werden de preekstoel rechtop te houden. Het kan verkeren.

DSC_5003
De Inka-stad Machu Picchu

In het begin van de vorige eeuw werd door de Amerikaanse historicus Hiram Bingham nabij Cusco een Inka-nederzetting ontdekt. Alleen enkele lokale inwoners wisten van het bestaan. Maar nu bleek dat hier een belangrijk religieus centrum van de Inka’s was. Sindsdien is de plaats gerestaureerd en inmiddels tot werelderfgoed uitgeroepen. Machu Picchu is nu het belangrijkste monument van Amerika. Elke dag beweegt een stroom van toeristen zich naar Machu Picchu, dat alleen per trein en bus of te voet te bereiken is. En het is de moeite waard. Het is een prachtig gelegen complex, dat waarschijnlijk diende als opleidingscentrum voor priesters en astrologen. Op verschillende plaatsen zijn zonnewijzers aangebracht, die precies aangeven wanneer de winter of wanneer de zomer begint. Daarmee wisten de boeren wanneer het tijd werd om te planten of te oogsten. Ook de aanleg van de watersystemen getuigt van een onvoorstelbaar technisch kunnen. Machu Picchu werd aangelegd vlak voordat Columbus in Amerika aankwam, maar de Spanjaarden hebben het complex nooit gevonden, waardoor het bewaard is gebleven.

Inmiddels zijn we terug in Lima. We hadden het geluk dat ons vliegtuig een half uur eerder vertrok en dus een half uur eerder in Lima aankwam. Vervolgens hadden we de pech, dat onze bagage niet was meegekomen. We moesten daarom twee uur wachten voor we naar ons logeeradres konden. En daar op de comfortabele bovenverdieping van het penthouse schrijven we in alle rust dit bericht. Morgen het vertrek naar Nederland, waar we snel een visum voor Indonesië moeten regelen. Voor Hylkje wacht daar een nieuwe onderwijstaak.

7 gedachten over “In het land der Inka’s”

  1. Bedankt voor de mooie, informatieve reisverhalen! Zo ‘reizen’we een beetje mee.
    Succes met de voorbereidingen voor Indonesië, leuke nieuwe uitdaging.
    Groeten
    Tineke

  2. Een heel interessant verhaal weer en mooi geschreven. Wat is het toch gaaf zoveel mee te kunnen maken. Op naar de volgende uitdaging!

  3. Wat maken jullie veel mee, wat een geweldige ervaring!
    Alvast een goede thuisreis gewenst.

  4. Wat weer een bijzonder mooi verhaal van jullie vakantie uit een kleurrijk land geweldig.

    Gr Femmie

  5. Dag. Vandaag (31 juli om 09.00 uur ’s morgens) zit ik jullie bericht te lezen. ‘k Zie dat het verhaal nog vers van de pers is ! Wat een heerlijk verhaal. Kan zo in een reisbeschrijving, wie weet in een volgend reisboek ? Jullie hebben op deze reis weer heel wat meegemaakt en kennis opgedaan. Het verhaal over de preekstoel in de Sint Blasiuskerk is een prachtig detail in het verhaal. Voor morgen (straks?) een goede terug reis naar NL. En op naar de volgende voorbereidingen………… Hartelijke groet, Dorien en Kees.

  6. Wederom weer een mooi en uitgebreid verhaal van jullie reiservaring! Dank je wel voor het meegenieten.
    Een hele goede reis terug naar Nederland en succes met de voorbereidingen voor Indonesië.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *